De krapte op de arbeidsmarkt is ongezien. 3 op 4 Vlaamse bedrijven heeft ernstige problemen om mensen te vinden voor de openstaande jobs. Alle potentieel talent moet worden aangepsroken. Ook het Waals en Brussels talent. En daar wringt het schoentje. De voorbije 10 jaar zijn er bijvoorbeeld 10000 Walen minder richting Vlaanderen getrokken voor een job. In diezelfde periode gingen wel meer Walen richting de buurlanden. Vlaanderen is dus gewoon geen aantrekkelijke bestemming voor Waalse werkzoekenden. CD&V wil daar verandering in brengen. Met een conceptnota van de hand van Vlaams parlementslid Robrecht Bothuyne lanceert de partij een aantal vernieuwende voorstellen om meer Walen en Brusselaars richting Vlaamse vacatures te leiden en tegelijk de mobiliteit op de arbeidsmarkt aan te zwengelen.

De potentiële voordelen van geografische mobiliteit zijn duidelijk: meer jobopportuniteiten, hoger economisch welzijn en het voorkomen van werkloosheid. Door het arbeidspotentieel van heel België aan te boren, kunnen we de rem op de economische welvaart die er de dag van vandaag is door de grote arbeidsmarktkrapte verlichten.

Het vernieuwde samenwerkingsakkoord tussen VDAB en Actiris met desuccesvolle Brusselse campagne ‘een job, c’est aussi un job’ toont aan dat inzetten op interregionale mobiliteit wel degelijk tot resultaten leidt. Dit moet vertaald worden in een permanente inspanning: een campagne in Wallonië en Brussel via sociale media, infosessies, kijkstages, gratis opleidingssessies, meer aandacht voor Nederlandse lessen en jobbeurzen,… Waalse en Brusselse werkzoekenden moeten bewust gemaakt worden van de opportuniteiten om te werken en zelfs te leven in Vlaanderen. Vlaamse werkgevers moeten zich ook bewust worden van de opportuniteiten over de taalgrens en de ondersteuning die Vlaanderen hierbij kan bieden. Om de bemiddelingsdiensten nog beter met elkaar te laten samenwerken zijn versterkte samenwerkingsakkoorden tussen VDAB-Forem en Actiris nodig om aan deze bewustmaking te werken en geschikte kandidaten aan vacatures te matchen. Bothuyne: ‘Waar nu snel gebruik wordt gemaakt van Zuid-Europese, Oost-Europese of Afrikaanse arbeidsmigratie ligt de oplossing voor veel Vlaamse knelpuntvacatures misschien in eigen land, net over de taalgrens. De vacatures met het oog op interregionale mobiliteit zijn alvast enorm toegenomen, nu moeten enkel de arbeidskrachten die de stap durven zetten nog volgen.’

Vlaanderen heeft al veel instrumenten in handen om zich interessant te maken voor werknemers over de (taal-)grens. De Vlaamse regering zet in op de jobbonus om de laagste lonen een extra premie te geven om zo het verschil tussen werken en niet-werken te vergroten. De registratierechten op een eerste en enige woning zijn reeds gehalveerd. CD&V wil deze voor een enige, eigen woning zelfs volledig afschaffen. Daarnaast biedt VDAB gratis taalcoaching op de werkvloer aan indien werknemers minder dan een jaar in Vlaanderen werken en het Nederlands niet machtig zijn. Werkgevers kunnen ook beroep doen op bepaalde RSZ-kortingen voor specifieke doelgroepen, die in sommige gevallen kunnen gecombineerd worden met bijzondere tegemoetkomingen van de andere gewesten. Daarnaast kan ook een veralgemening van de aanpak van gemengde teams van verschillende arbeidsbemiddelaars een manier zijn om verschillende partners en overheden met elkaar te laten samenwerken rond werkgelegenheid, opleiding en openbaar vervoer.

Door ook in te zetten op fysieke mobiliteit, willen we het makkelijker maken voor de pendelaar om op de werkplek te geraken. Via het mobiliteitsbudget stimuleren we werknemers fiscaal om dichter bij het werk te wonen, zodat men in de mogelijkheid is voor duurzame mobiliteitsoplossingen te kiezen. De routes die het openbaar vervoer aanbiedt moeten geoptimaliseerd en uitgebreid worden. We hebben hierbij oog voor ticketintegratie, gecombineerde abonnementen en multimodaliteit. Een goed afsprakenkader met de federale regering is hierbij belangrijk.

Ook op vlak van een sterk sociaal netwerk kan de overheid een rol spelen door de werkzoekenden de kans te geven deel te nemen aan mentor-programma’s en stages.  Dit kan helpen om zich in het maatschappelijk weefsel te integreren. De bemiddelingsdiensten spelen ongetwijfeld een belangrijke rol vandaar dat het essentieel is dat hun rol duidelijk omschreven wordt. Ook de consequente toepassing van de huidige wetgeving rond de passende dienstbetrekking is daarbij van belang. Een evaluatie van deze wetgeving op vlak van impact op tewerkstelling is nodig om te zien of we verder kunnen optimaliseren. Tot slot, ook bij de zoektocht naar gepaste en betaalbare accommodatie kan de overheid helpen door de werkzoekenden een warme welkom te geven. Door verder te gaan dan louter informatieverstrekking, maar ook relocatiebegeleiding aan te bieden kan de overheid helpen om de (sociale) kosten van een verhuis te reduceren en deze keuze attractiever te maken voor werkzoekenden. Door te gaan voor een volwaardige integratie en inburgering in de Vlaamse samenleving, zorgen we voor een duurzame band met de arbeidsmarkt.

De obstakels die werkzoekenden en laagverdieners ervaren en zo interregionale mobiliteit belemmeren kunnen worden gereduceerd mits begeleiding en financiële hulp voor verhuiskosten bij de relocatie. Uit de ervaringen van de buitenlandse voorbeelden die dit reeds geïmplementeerd hebben, kunnen we alvast leren. Hierdoor krijgen we een beter beeld over welke cruciale succesfactoren aanwezig moeten zijn om de relocatie succesvol te laten gebeuren. De vijf sleutelfactoren die uit de evaluatie van het Australische programma naar voren kwam tonen aan dat de overheid hier een belangrijke rol te spelen heeft. Dit begint bij de kwalitatieve jobmatching door de bemiddelingsdiensten. De relocatie-programma’s in andere landen hebben reeds aangetoond dat financiële ondersteuning aan werkzoekenden in functie van interregionale mobiliteit een kostenefficiënte vorm van actief arbeidsmarktbeleid is. Concreet kunnen we financiële hulp verlenen voor de verhuiskosten mits het voldoen van bepaalde voorwaarden. Wanneer een werkzoekende bereid is een job binnen het Vlaams gewest te aanvaarden die verder van huis ligt dan de normen van de passende dienstbetrekking, met name verder dan 60 kilometer van de oorspronkelijke woonplaats, komt men hiervoor in aanmerking wanneer men een concreet jobaanbod gekregen heeft. Als bijkomende voorwaarde moet men hier minimum 6 maanden werken. Dit werkt drempelverlagend om de stap naar de Vlaamse arbeidsmarkt te zetten en de financiële barrière voor fysieke arbeidsmobiliteit te verlagen. Zo geven we ook een duwtje in de rug voor zij die bereid zijn een job verder van huis aan te nemen maar niet daartoe de financiële mogelijkheid hebben. We zien uit de buitenlandse voorbeelden dat het belangrijk is om een deel van de financiële hulp op voorhand ter beschikking te stellen om liquiditeitsproblemen te vermijden. Gelet op de bedragen die in het buitenland werden gehanteerd, waarbij een werkzoekende in Duitsland gemiddeld €1165 nodig had voor verhuiskosten en men in Australië aan een bedrag rond €1800 kwam, lijkt een bedrag van maximum €2000 ons billijk om de werkelijke verhuiskosten waarvan de factuur binnengebracht wordt bij VDAB te vergoeden. Een evaluatie van deze maatregel kan tot de nodige bijsturingen leiden indien nodig.

Robrecht Bothuyne: ‘Door meer in te zetten op begeleiding, kunnen we bovendien een substantiële stap zetten richting een hogere werkzaamheidsgraad en het doel van de 80%. Daarnaast draagt dit bij aan een hogere economische groei én reductie van interregionale verschillen in werkloosheidsgraden, stabielere jobs, meer jobmobiliteit en potentieel meer loon voor de betrokkenen. Kortom, door versterkt in te zetten op interregionale mobiliteit kunnen we een triple win behalen: voor de betrokken werkzoekende een duurzame job, voor de werkgevers een ingevulde (knelpunt)vacature, en voor de sociale zekerheid meer inkomsten en minder uitgaven.’

 

  • Werk